Onderzoekscyclus (extra verdieping) Aanleiding tot onderzoek

Empirische cyclus

In fundamenteel onderzoekTheorietoetsend onderzoek wordt een theorie getoetst of ontwikkeld, zonder dat daaraan altijd een maatschappelijk probleem of een praktijkgerichte vraag voorafgaat. Bij dit type onderzoek wordt vaak een probleem geformuleerd (er wordt dus een bepaalde vraag gesteld), vervolgens wordt een theoretisch antwoord gezocht en gegeven door de wetenschapper. Hij denkt het antwoord op een vraag te kunnen geven met behulp van een theorie. Vervolgens gaat hij met behulp van onderzoek toetsen of deze theorie ook werkelijk het antwoord op zijn vraag geeft. Uit de resultaten van dit onderzoek trekt hij zijn conclusieAntwoord op de hoofdvraag van je onderzoek (naar aanleiding van je resultaten), interpretatie van dat antwoord en verantwoordings: óf de theorie is het antwoord op zijn vraag, óf niet. Dan onstaan uit de conclusie weer nieuwe vragen, waarmee de onderzoeker weer aan de slag gaat, zoals in onderstaande figuur is weergegeven. P staat voor ‘probleem’, T voor ‘theorie’ en O voor ‘onderzoek’. De accenten geven aan dat deze cyclus telkens met nieuwe vragen kan worden voortgezet.

Zo’n kringloop in fundamenteel onderzoek wordt ook wel empirische cyclusOnderzoekscyclus die bij fundamenteel onderzoek wordt gebruikt. genoemd.

Eigenlijk is ‘kringloop’ niet de juiste term hiervoor, ‘spiraal’ zou beter zijn. De spiraalvorm geeft aan dat het meeste onderzoek tot nieuwe vragen leidt. Immers, je doorloopt de reeks wel keer op keer, maar begint niet steeds op hetzelfde punt. Deze empirische cyclus kan op vele wijzen worden vormgegeven, wij volstaan hier met een eenvoudige weergave ervan.

Werkcyclus voor praktijkgericht onderzoek

De cyclus voor praktijkgericht onderzoek is een handig hulpmiddel bij het inrichten van je onderzoek. Een vereenvoudigd voorbeeld zie je in de figuur. We noemen deze spiraal ook wel de werkcyclus van onderzoek, omdat deze in grote lijnen de werkvolgorde van de onderzoeksopzet en -uitvoering weergeeft. Nogmaals, afhankelijk van de vraag vanuit het praktijkveld, het aantal spelers, de gewenste verandering kan deze cyclus een groot aantal variaties kennen, maar de volgorde blijft gehandhaafd.

Werkvolgorde praktijkonderzoek

  1. Probleemanalyse: wat is de centrale onderzoeksvraag?
  2. Onderzoeksontwerp: in het ontwerp geef je aan hoe je de onderzoeksvraag gaat beantwoorden.
  3. Dataverzameling: je verzamelt gegevens, informatie die je nodig hebt om een antwoord op je onderzoeksvraag te kunnen geven.
  4. Data-analyse: je analyseert de verzamelde gegevens.
  5. Rapportage: je schrijft een verslag van je onderzoek, waarin je de resultaten en de conclusie weergeeft. Je kijkt ook nog eens helemaal terug: hoe is het onderzoek verlopen? Wat ging er goed/fout?

Bron: Verhoeven, 2007

Werkopdracht 6

Zet in hoofdlijnen de onderzoekscycli op voor beide voorbeelden.