Kwaliteitscriteria, een inleiding Aanleiding tot onderzoek

Er zijn een aantal criteria in wetenschappelijk onderzoek waaraan iedere onderzoeker zich houdt. Ook bij praktijkonderzoek spelen deze kwaliteitscriteria een rol.

Onafhankelijkheid en objectiviteit

Onderzoek is allereerst onafhankelijk. Onafhankelijk van voorkeuren en meningen van betrokkenen (zoals een opdrachtgever of studiebegeleider).

Onafhankelijkheid houdt ook in: onafhankelijk van invloeden door de onderzoeker. Als je onderzoek doet, houd je afstand van het onderwerp, je laat je persoonlijke voorkeuren geen rol spelen (althans zo min mogelijk). Deze objectiviteit kan niet altijd worden bereikt. Immers, onderzoekers zijn ook mensen met een eigen mening over bepaalde zaken.

Daarom wordt vaak als criterium gebruikt dat onderzoek intersubjectief moet zijn: onderzoekers zijn het dan met elkaar eens over de resultaten. Dat betekent dat onderzoek, op dezelfde wijze opnieuw uitgevoerd door een andere onderzoeker, tot dezelfde resultaten leidt. Het is daarmee in de eerste plaats herhaalbaar; er bestaat verder overeenstemming tussen de onderzoekers over de resultaten.

Toetsbaarheid van uitspraken

Een onderwerp, vraag of uitspraak moet toetsbaar zijn. Dit betekent dat er geen uitspraken worden gedaan als engelen bestaan of onze organisatie is de beste. Dat zijn uitspraken over zaken die niet waar te nemen zijn, die niet zijn te controleren door ze te toetsen. Ze zijn speculatief en normatief.

Onderzoek, fundamenteel wetenschappelijk onderzoek maar ook praktijkonderzoek, wil weerlegbaar zijn.

Dit betekent dat een idee of verwachting door middel van goed onderzoek moet kunnen worden bevestigd of juist weerlegd (verworpen). Dit heeft gevolgen voor de manier waarop je het onderwerp, de vraag, of de verwachting voor het onderzoek formuleert. Er mag geen onduidelijkheid bestaan over de personen of objecten waarover iets wordt gezegd, over de tijd en plaats waarbinnen je de uitspraak doet, of over de begrippen die je gebruikt.

Kortom, het onderwerp moet eenduidig zijn. Ook moet het openbaar zijn; een uitspraak kan niet worden bevestigd of weerlegd als je het onderwerp voor jezelf houdt en niet bereid bent om daarover feedback van anderen te ontvangen.

GeneraliseerbaarheidZie Externe Validiteit.

Onderzoek moet zo worden ingericht dat je met de resultaten uitspraken kunt doen over een zo groot mogelijke groep personen of verschijnselen. Onderzoekers analyseren een specifiek deel van de werkelijkheid en doen daarover uitspraken. Zijn deze uitspraken precies volgens alle voorwaarden getoetst, dan kunnen ze geldig worden verklaard voor een grotere groep: ze kunnen worden gegeneraliseerd. Je maakt het domeinOnderzoeksonderwerp van je onderzoek als het ware zo groot mogelijk.
Dit criterium is niet in ieder onderzoek even belangrijk. Vaak vindt een onderzoek op een bepaalde afdeling van een organisatie plaats en is het niet nodig om met de resultaten van het onderzoek in de hand uitspraken te doen over de gehele organisatie of over soortgelijke afdelingen in andere organisaties. Deze laatste eis (generaliseerbaarheidZuiverheid van onderzoek waarbij je kijkt naar de reikwijdte van je onderzoek: zijn de resultaten generaliseerbaar naar de populatie. Ook wel populatievaliditeit genoemd. ) is daarom meer van belang bij onderzoek aan universiteiten dan in praktijkonderzoek.

Wat zou er gebeuren als we gewoon uitspraken doen over bepaalde situaties zonder ze te onderzoeken? We maken regels en voeren ze uit zonder ze te evalueren. Winkels leggen een voorraad aan van artikelen zonder vooraf te bekijken of de artikelen ook verkocht gaan worden. Personen krijgen medicijnen toegediend zonder dat vooraf is onderzocht wat de werking ervan is en of de werking wel van toepassing is op hun kwaal. Stel dat we op grond van uitspraken in de krant over bepaalde groepen regels maken waarin deze groepen harder aangepakt worden. We onderzoeken niet of deze conclusies waar zijn, we kijken niet wat de achtergronden zijn van onze waarnemingen en/of conclusies.

Praktische criteria

  • Onderzoek moet efficiënt zijn. Dat betekent dat alle kosten in verhouding tot de resultaten moeten staan, dat het tijdpad haalbaar is.
  • Onderzoek is bruikbaar. Op veel van de genoemde criteria is af te dingen, maar niet op het criterium van bruikbaarheid. Aan universiteiten, maar ook bij opdrachtgevers, heeft men niets aan onderzoek dat niet bruikbaar is, waarvan men de resultaten in de prullenmand kan gooien.

Naast deze kwaliteitscriteria moet een onderzoeker altijd een wetenschappelijke houding hebben. Dat wil zeggen dat de onderzoeker onafhankelijk is en dat hij openheid van het onderzoek nastreeft. Daarmee bedoelen we dat hij verantwoording aflegt over de resultaten.

Werkopdracht 7

  • Geef in beide teksten aan welke kwaliteitscriteria volgens jou belangrijk zijn;
  • Waarom zijn deze criteria belangrijk?